Hospinews » Agenda, initiatieven, interviews » Focus » Focus 2011 » juli-augustus : prof.dr.Yvan Vandenplas (UZ Brussel)
  • Contact
  • Hulp
  • Sitemap
  • EN
  • NL
  • FR

Hospichild informeren op mensenmaat

Hospichild

  • Voor
    • Spoedgevallen
      • Wachtdiensten
      • Spoedgevallen
      • Keuze ziekenhuis
      • Na de opname
      • Tips
    • Pediatrie
      • Taak van de arts
      • Uw kind voorbereiden
      • Ziekenhuisinformatie
      • Dagopname of langdurige opname
      • Begeleidende ouder
      • Pediatrische woordenlijst
      • Literatuur rond ziekenhuisopname
      • Pediatrie van 0 tot 16 jaar
    • Formaliteiten
      • Wat brengt u het best mee?
      • Verzekering en mutualiteit
      • Formaliteiten binnen elk ziekenhuis
      • Opnameverklaring
    • Divers
      • Morele bijstand
      • Verenigingen
      • Literatuur
      • Inlichtingen
      • Hulp
    • Werk
    • Onderwijs
  • Tijdens
    • Dienstverlening
      • Pediatrische diensten
      • Dienstverlening aan de ouders
      • Faciliteiten ziekenhuiskamer
      • Algemene ziekenhuisdiensten
    • Werk, school en formaliteiten
      • School
      • Formaliteiten
    • Divers
      • Literatuur
      • Rechten van de minderjarige patiënt
      • Wat kan ik voor mijn kind doen?
      • Stem van de zorgverlener
      • Zorg en cultuur
      • Zorg en spiritualiteit
      • Labels
      • ICT voorzieningen
  • Na
    • Ontslag uit het ziekenhuis
      • Wanneer mag mijn kind het ziekenhuis verlaten?
      • Niet-dringend vervoer
      • Formaliteiten
      • Terug naar huis
      • Revalidatiecentra
      • Herstelcentra
    • Thuis
      • Therapeutisch herstellingsoord
      • Ik ben een kind !
      • Palliatieve zorg
      • Thuisoppas
      • Wijkgezondheidscentra
      • Een arts vinden
      • Dienstencheques
      • Medische voeding
      • Thuiszorg
    • Bij overlijden
      • Op het moment van het overlijden
      • Kort verzuim
      • Begrafenis, crematie, repatriëring
      • Rouwbegeleiding
      • Orgaandonatie
      • Wetgeving en formaliteiten
    • En ook...
      • School
      • Werk
      • In geval van handicap
    • Divers
      • Divers
      • Het lijden van de zorgverlener
Interviews

Focus: juli-augustus 2011: prof.dr.Yvan Vandenplas (UZ Brussel)

Written by Catherine Minet  |  Gepubliceerd op Thursday, 30 June 2011 print email
Ontmoeting met prof. dr. Yvan Vandenplas, diensthoofd pediatrie van het UZ Brussel.

Welke veranderingen vonden er de laatste jaren binnen de pediatrie plaats? In hoeverre is er een medische en/of technologische vooruitgang merkbaar binnen de pediatrie?
Yvan Vandenplas: De laatste jaren vonden er tal van technologische veranderingen binnen de pediatrie plaats, gaande van verregaande miniaturisatie van allerlei toestellen tot de ontwikkeling van nieuwe technologieën binnen alle takken van de geneeskunde. Technisch is heel wat meer mogelijk dan pakweg 20 jaar geleden. Jammer genoeg betekent technisch mogelijk niet steeds hetzelfde als financieel realistisch. Immers, de miniaturisatie enerzijds en het feit van beperkte indicaties anderzijds maken dat de toestellen die nodig zijn bij (kleine) kinderen een heel stuk duurder uitvallen dan hetzelfde toestel bij volwassenen. Alle medische dossiers zijn tegenwoordig elektronisch en geautomatiseerd en dus verdwijnt stilaan al het papierwerk. Wat zeker ook geëvolueerd is, is de omkadering van patiënten toe waarbij de vraag naar ouder-kind kamers, hotelaccommodatie en sanitair op twintig jaar tijd sterk geëvolueerd is. Het psychosociale heeft veel meer aandacht gekregen. De laatste jaren is een sterke technologische modernisatie merkbaar. Ziekenhuiskamers hebben tegenwoordig  draadloos internet. Het leven binnen een kinderziekenhuis weerspiegelt eigenlijk de evolutie van het leven buiten het ziekenhuis.

Vindt u deze evolutie positief ?
Y.V.: Op zich wel. Danzij het elektronisch maken van het dossier kunnen er geen documenten meer verloren gaan. Ik vind dat deze evolutie de goede richting uitgaat. Ziekenhuizen evolueren meer en meer in de richting van modern management waarbij een financiële kosten-batenanalyse erg belangrijk wordt. De kosten worden ten opzichte van de voordelen in kaart gebracht. Het economische aspect binnen de gezondheidszorg wordt steeds belangrijker. In België is geneeskunde over het algemeen gezien eigenlijk zeer goedkoop, waardoor een kosten-batenanalyse dikwijls dreigt negatief uit te vallen. Kindergeneeskunde is een tak die financieel weinig aantrekkelijk en renderend is, in vergelijking met plastische chirurgie, cardiologie,…. Dit is soms een nadeel. Er zijn hiernaast ook positieve evoluties zoals meer aandacht voor het sociale en psychologische aspect van het zieke kind. Dit is veel beter dan tien of vijftien jaar geleden, ook al brengt dit allemaal extra kosten met zich en moet er aan het einde van het verhaal een evenwichtige financiële balans zijn. We proberen kinderen in het ziekenhuis een zo normaal mogelijk leven te geven. Ontbijt is op hetzelfde uur als thuis; wie het fysiek kan, gaat naar de ziekenhuisschool. Als de arts het kind nodig heeft, wordt het kind van school gehaald. Ook de thuiszorg heeft zich de laatste jaren sterk ontwikkeld. Maar een verpleegster die aan huis komt, is heel wat duurder dan een verpleegster in het ziekenhuis.


Volgens Prof. Verellen, diensthoofd pediatrie van de universitaire ziekenhuizen Saint-Luc is de hospitalisatieduur korter geworden, is er een gebrek aan personeel en moet alles sneller vooruitgaan?  
Y.V.: Ik kan dat bevestigen. De ambulante (kinder)geneeskunde heeft zich de laatste jaren heel sterk ontwikkeld. De gemiddelde duur van een ziekenhuisopname van een kind is nu ongeveer vier dagen. Dat betekent dat er heel wat hospitalisaties van 24 uur of zelfs nog minder zijn want tegelijkertijd blijft het aantal langdurige observaties belangrijk. In de kindergeneeskunde zijn er twee hoofdredenen voor langdurige opnames. Enerzijds is er het kind met een ernstige orgaanpathologie die een vrij lange opname vereist, en die   multidisciplinair moet aangepakt worden.. Er bestaat ook een andere vrij grote groep patiënten die aan functionele aandoeningen leiden. Voorbeelden hiervan zijn: kinderen die niet naar school kunnen wegens hevige buikpijn of hoofdpijn zonder duidelijke orgaanpathologie. Deze kinderen moeten vaak vrij lange tijd opgenomen worden, om ze te observeren en dan multidisciplinair te behandelen. Dergelijk soort opname duurt vaak een tweetal weken.  En dit is dan een hospitalisatie waar heel weinig of geen technische prestaties aan te pas komen. De financiering is echter vooral gericht op technische prestaties. Kinderen met minder ernstige orgaan pathologie kunnen veel frequenter dan vroeger ambulant behandeld worden. Verder noteren we een zeer sterke ontwikkeling van de daghospitalisatie, als tussenoplossing tussen echte hospitalisatie en echte ambulante zorg. Thuisbehandeling georganiseerd door ziekenhuispersoneel is een volgende nieuwe stap.

Ook is Prof.Verellen van mening dat bepaalde specifieke competenties van pediaters niet worden erkend. Ben u het hiermee eens?
Y.V.: Ja, ook hiermee ga ik akkoord. Kindergeneeskunde is zeker en vast op dat gebied ook een discipline in evolutie. Enerzijds zijn er de algemene pediaters, en die zullen we altijd nodig hebben. Maar anderzijds is er een ontwikkeling van specialistische kindergeneeskunde. Net zoals in de geneeskunde voor volwassenen is er bij de kindergeneeskunde naast de “algemene internist”, een nefroloog, cardioloog, gastro-enteroloog, pneumoloog, oncoloog, … In een kinderziekenhuis of grote dienst pediatrie zijn er heel wat kinderartsen die vrijwel uitsluitend aan subspecialistische geneeskunde doen. Tot op heden worden deze “bijzondere bekwaamheden” niet erkend door de overheid. Nochtans vinden kinderartsen het absoluut noodzakelijk om deze competenties te erkennen. Want momenteel kan iedereen zeggen dat hij bv. kinderendocrinoloog is, zonder een bewijs van opleiding of competentie te kunnen voorleggen. De erkenning van een bijzondere bekwaamheid zal aanleiding geven tot hogere  kwaliteitsnormen, en dus een verbeterde zorg. Dit proces duurt al meer dan 15 jaar, maar gelukkig lijkt er de laatste tijd beweging in dit dossier te komen. Vandaag de dag zijn er twee disciplines erkend, met name neonatologie en neurologie. Hemato-oncologie is klaar om erkend te worden, maar we willen de erkenning van de andere bijzondere bekwaamheden hieraan koppelen. . De kinderarts wenst een erkenning van de de bijzondere bekwaamheden in de hemato-oncologie, endocrinologie, nefrologie, pneumologie, gastro-enterologie, cardiologie,….  

Vindt u dat er meer erkende en betere opleidingen voor pediaters moeten zijn?
Y.V.: Ik denk dat de opleiding kwaliteitsvol genoeg is en dat dit geen punt is. De discussie gaat meer over de aantallen. De overheid zegt dat er veel te veel kinderartsen zijn maar volgens de kinderartsen zelf zijn er juist veel te weinig. De overheid heeft alleszins geen goed zicht op het aantal actieve kinderartsen. Dit is vooral in Vlaanderen een groot probleem. Er was vooropgesteld dat er minimaal vier kinderartsen per pediatriedienst zouden moeten zijn. Hierdoor zouden een heleboel pediatrische diensten in Vlaanderen moeten sluiten. In Limburg zijn er recent vijf kinderartsen aangenomen, een Nederlander en vier Duitsers, omdat er onvoldoende Belgische kinderartsen zijn. Er is een grote discrepantie tussen wat de overheid beweert en wat de situatie op het werkveld is. En aantallen zeggen ook weinig over het werkvolume. Hiermee bedoel ik dat de doorgaans mannelijke kinderarts zo’n dertig jaar geleden gemiddeld zo’n tachtig uur per week werkte. Het is nu doorgaans een vrouwelijke kinderarts geworden en zoals in onze hele maatschappij, wenst men minder uren te werken. Ik heb er niks op tegen dat men deeltijds wenst te werken. Maar dit betekent wel dat er nu meer mensen nodig zijn om hetzelfde werkvolume te verrichten in vergelijking met vroeger. Het werkvolume is gestegen en de artsen willen minder werken, dus is er meer personeel nodig. Het aantal hospitalisatiebedden in de norm die klassiek gehanteerd wordt om te bepalen hoeveel assistenten in opleiding toegelaten worden. Ik heb u even geleden uitgelegd in welke mate de kindergeneeskunde de laatste jaren veranderd is, zodat het aantal bedden geen geschikte parameter meer is.  Bovendien mag men niet vergeten dat ambulante geneeskunde in regel meer personeel vereist dan hospitalisatie. Een hospitalisatie van 48 uur vraagt ook veel meer personeel dan een hospitalisatie van 14 dagen. Wanneer een patiënt lang in het ziekenhuis ligt, dan is dit minder zwaar voor het personeel dan om de twee dagen een nieuwe patiënt.

Is het beroep van pediater onderhevig aan bepaalde veranderingen (langere werkuren, meer of minder stress,…)?
Y.V.: Er is inderdaad een evolutie, maar deze is wellicht niet anders in de pediatrie dan in de andere takken van de geneeskunde. Hoewel, ouders zijn nu merkelijk veeleisender dan 10 jaar geleden. Een ander belangrijk probleem stelt zich in de eerstelijnsgeneeskunde voor kinderen. De huisarts is op dit moment vaak onvoldoende opgeleid om een goede kwaliteitsvolle geneeskundige zorg aan jonge kinderen te bieden. Bijgevolg worden, zeker in Brussel, spoeddiensten overspoeld door eerstelijnsgeneeskunde bij jonge kinderen. En vijf jaar specialistische opleiding is dan misschien te veel om vooral aan eerstelijnszorg te doen. Ik denk persoonlijk dat er nood is aan meer gespecialiseerde huisartsen voor kinderen of een kortere opleiding algemeen kinderarts. Dit zou voor veel problemen die we kennen in verband met een kwaliteitsvolle opvang van acuut zieke jonge kinderen een oplossing kunnen zijn.


Probeert men het beroep aantrekkelijker te maken (beter salaris,…)?
Y.V.: Enerzijds denk ik dat niemand zijn salaris hoog genoeg vindt (glimlacht), anderzijds denk ik dat de financiering van vooral de ziekenhuispediatrie er de laatste jaren behoorlijk op vooruit is gegaan. .

Werken jullie vaak samen met de andere pediatrische afdelingen van de verschillende ziekenhuizen in Brussel?
Y.V.:  Er bestaat een vrij vlot samenwerkend netwerk. Wanneer ons ziekenhuis vol ligt dan worden patiënten doorverwezen naar andere ziekenhuizen. En vice versa. Er wordt natuurlijk wel gekeken naar en rekening gehouden met de voorkeur en de woonplaats van de patiënt. Er bestaat ook een gestructureerde samenwerking tussen de verschillende universitaire en niet-universitaire ziekenhuizen in Brussel. We hebben bv. samenwerkingsovereenkomsten met het UKZKF en het UZ Gent, met grote niet-universitaire ziekenhuizen zoals het Paola Kinderziekenhuis in Antwerpen, met kleinere ziekenhuizen in Halle, Asse, Aalst en Vilvoorde, met Brusselse ziekenhuizen zoals Sint-Anna-Sint-Remi.


In hoeverre is de zorg onderhevig aan veranderingen (thuiszorg, grotere vraag naar ouder-kindkamers,…)?
Y.V.: Zoals reeds eerder aangegeven is er veel vraag naar ouder-kindkamers. Trouwens, de wet stelt dat elke ouder het recht heeft om gratis bij zijn kind te blijven. Vooral bij jonge kinderen is het zeer logisch dat ouders bij hen blijven en op dezelfde kamer slapen. Maar wat de oudere kinderen betreft, doet dezelfde trend zich voor. Enerzijds lijken kinderen op steeds jongere leeftijd rijp te worden, anderzijds lijken ze steeds meer een beroep te doen op een ouder die blijft slapen. Vroeger bleven jongeren gemakkelijk alleen, nu is het zo dat mama of papa constant bij hen moeten blijven. Dat de ouder voortdurend bij het kind blijft, is niet altijd in het voordeel van de patiënt, vooral bij psychosomatische hospitalisaties. Soms vragen wij aan de ouders dan ook om niet te blijven. Maar de ouder-kindkamers zijn zeker een verbetering! Als ouders blijven slapen bij hun kind, dan houdt dit eigenlijk extra werk in voor de verpleegkundigen en de kinderartsen. Er zijn ook steeds meer nieuw-samengestelde gezinnen omdat er steeds meer koppels uit elkaar gaan. Dan zijn er niet twee maar vier ouders. En dan zijn er ook nog de grootouders. In sommige situaties moeten de zorgverleners elk moment van de dag aan steeds andere familieleden dezelfde uitleg geven, wat soms tot spanningen leidt! Aan het begin van het interview had ik het over draadloos internet. De patiënt met wie wij als kinderarts communiceren zijn de ouders, dus jonge volwassenen , dus de internetgeneratie. Ouders gaan alle gegeven informatie op internet nakijken, en ze gaan zelf op zoek naar informatie. Er zijn mensen die heel kritisch met de informatie omgaan  maar er zijn ook mensen die door de internetinformatie denken dat ze het beter weten dan de arts zelf !

Is er ook sprake van taalproblemen in het ziekenhuis?
Y.V.: In ons ziekenhuis is er vooral een grote variatie van nationaliteiten. Hoewel het UZ Brussel beschouwd kan worden als “het Vlaamse ziekenhuis van Brussel” maken anderstalige patiënten de meerderheid uit in het Kinderziekenhuis. We kunnen dus gerust stellen dat er  evenveel Frans als Nederlands gesproken wordt. In ons ziekenhuis is iedereen tweetalig of zelfs drietalig (Nederlands, Frans, Engels). De ene weliswaar wat beter dan de andere maar elke verpleegkundige en arts zal haar of zijn uiterste best doen om Frans te spreken, desnoods “met een beetje haar op”. Dit is volgens mij een must. Er zijn ook tolken beschikbaar, voor ongeveer alle talen. We besteden daar vandaag de dag veel aandacht aan.

Zijn er de laatste jaren meer opnames vergeleken met vroeger?
Y.V.: In het geval van acute ziektes, zijn er in het algemeen minder opnames. Zonder over cijfers te beschikken, zou ik durven stellen dat er een verschuiving is naar meer opnames wegens functionele of psychosomatische klachten en deze vergen vaak relatief langdurige observaties. Voor een blindedarmontsteking voorzag men tien jaar geleden een week,  nu nog slechts twee dagen. Klassieke opnames voor courante orgaanpathologie worden alsmaar  korter. Kinderen met luchtweginfecties worden vaak niet meer gehospitaliseerd. Dankzij de vaccinaties zie je ook heel wat minder infectiepathologie. Als gevolg van de ROTA-vaccinatie, is het aantal opnames wegens een ROTA-gastro-enteritis sterk afgenomen. Het  aantal hospitalisaties omwille van courante pathologie neemt zeker af. Anderzijds verbeteren de behandelingsmogelijkheden van ernstige chronische pathologie. Deze vergt meestal een multidisciplinaire aanpak met aandacht voor de psychologische benadering. De toegenomen aandacht voor het “niet strikt organische” is daarom zo belangrijk. Een ander aspect dat de laatste jaren zeer veel aandacht kreeg is de pijnbestrijding bij kinderen. De kwaliteit van de zorg is de laatste jaren bijgevolg sterk verbeterd.


Wij danken u voor dit boeiende interview.


Interview geschreven door Catherine Minet – Communicatieverantwoordelijke Hospichild.be

Meer in deze categorie

« Focus mei 2011: Professor Gaston Verellen (C.U. Saint-Luc) Focus september 2011: Stichting tegen Kanker: patiënten voorlichten, begeleiden en ondersteunen. »

Laatste reacties

Reageer


terug naar boven | meld een correctie aan

    Financiële en sociale aspecten

    Belgische gezondheidszorg

    Belgische sociale zekerheid

    Drie stelsels en nevenstelsels

    Globaal medisch dossier (GMD)

    Niet begeleide minderjarigen (NMBV)

    OCMW-hulp en advies

    SIS-kaart

    Verzekeringsorganismen

    Premies en tegemoetkomingen

    Bijzonder solidariteitsfonds (BSF)

    Maximumfactuur (MAF)

    Omnio-statuut

    Premie neurovegetatieve status

    Premie palliatief zorgforfait

    Premie voor chronisch zieken

    RVV-statuut

    Sociale derdebetaler

    Personen met een handicap

    Erkenning van de handicap

    Materiële bijstand

    Sociale en fiscale voordelen

    Verhoogde kinderbijslag

    Werk en verlof

    Werknemers

    Ontslag

    Beëindiging in onderling akkoord

    Verlof voor medische bijstand

    Verlof voor palliatieve zorg

    Verlof om dwingende redenen

    Tijdskrediet

    Ouderschapsverlof

    Collectieve arbeidsovereenkomst

    Onderbreking van de beroepsloopbaan

    Moederschapsverlof

    Borstvoedingsverlof

    Vaderschapsverlof

    Verlof zonder wedde

    Ambtenaren

    Buitengewoon verlof van lange duur

    Halftijdse loopbaanonderbreking

    Loopbaanonderbreking

    Ouderschapsverlof

    Palliatieve zorg

    Uitzonderlijk verlof

    Verlof om familiale redenen

    Verlof voor medische bijstand

    Verlof voor verminderde prestaties

    Zwangerschapsverlof

    Zelfstandigen

    Uitkering

    Werklozen

    Vrijstelling

    Aanmoedigingspremie

    Wetteksten

    Ambtenaren

    Werklozen

    Wetgeving

    Onderwijs

    Onderwijs (thuis, op afstand,...)

    In 1914...

    Nuttige adressen

    Wet op de leerplicht

    Ziekenhuisscholen

    Certificaten, attesten en diploma's

    Doelstelling van de ziekenhuisschool

    Nuttige gegevens

    Werking van de ziekenhuisschool

    Verenigingen

    Humanitaire organisaties

    Gezondheid en sociaal welzijn

    Gezins- en bejaardenhulp

    Financiële hulp

    Hulp van het OCMW

    Specifieke financiële hulp

    Terugbetaling van de zorg

    Hulp bij huishoudelijke taken

    Psychologische hulpverlening

    Hulp voor kinderen van 0 tot 3 jaar

    Ondersteuning voor jongeren en kinderen

    Leerplicht

    Mantelzorg (hulp aan)

    Medische/paramedische hulpmiddelen

    Patiëntenrechten

    Rouwverwerking

    Sociaal tolken

    Sociale informatie m.b.t. gezondheid

    Vervoer

    Woningaanpassing

    Informatie

    Organisaties en professionelen

    Hulp

    Ziekte en handicap

    Hulp en activiteiten

    Actifiteiten in ziekenhuizen

    Thuisoppas van zieke kinderen

    Vrije tijd

    Gezondheid

    Gezondheid en onderwijs

    Gezondheidspromotie op school

    Psycho-medische-sociale hulp op school

    Herstel

    Orgaandonatie

    Respijtzorg

    Ziektes

    Gezondheid en wonen

    Revalidatie

    Thuisverzorging

    Palliatieve zorg

    Paramedische zorg

    Spoedgevallen (kleine aparte rubriek in santé)

    Pediatrische spoeddienst

    Huisartsenwachtpost

    Brusselse ziekenhuizen

    Erasmus ziekenhuis

    Europa ziekenhuizen St-Elisabeth

    Iris ziekenhuizen Zuid

    Jules Bordet Instituut

    Kinderziekenhuis Koningin Fabiola

    Kliniek Edith Cavell

    Kliniek Sint-Jan

    Kliniek St-Anna St-Remi

    Militair Hospitaal Koningin Astrid

    Universitaire ziekenhuizen Saint-Luc

    UZ Brussel

    UMC St-Pieter ziekenhuis

    In en rond het ziekenhuis

    ICT voorzieningen

    Getuigenissen van ouders

    Certificaten en kwaliteitslabels

    Zorg en cultuur

    Zorg en spiritualiteit

    Zorgverleners

    Symposia binnen het werkveld

    Symposium APH 2008

    Symposium HU 2008

    Symposium REMF 2009

    Symposium Hospichild 2010

    Administratieve formulieren

    Gezondheidszorg

    FOD Sociale Zekerheid

    HKIV-CAAMI

    RIZIV-INAMI

    Werk en verlof

    RVA

    Beschikbare formulieren

    Hospinews

    Agenda, initiatieven, interviews

    Agenda

    Initiatieven

    Focus

    Focus 2012

    januari : bedfilmpret

    Focus 2011

    december : vereniging cancer & psychologie

    oktober : interview palliatieve zorg

    september : Stichting tegen Kanker: patiënten voorlichten, begeleiden en ondersteunen

    juli-augustus : prof.dr.Yvan Vandenplas (UZ Brussel)

    juni : Hendrik Van den Bussche, stafmedewerker van de Integrale Jeugdhulp regio Brussel

    mei : Professor Gaston Verellen (C.U. Saint-Luc)

    april : Brailleliga

    Maart : Keten van Hoop België

    februari : Universitair Kinderziekenhuis Koningin fabiola

    Focus 2010

    december : Huis voor Gezondheid

    november : Liga tegen Epilepsie

    oktober : Hoofdverpleegkundige St Elisabeth ziekenhuis

    september : Famisol vzw

    juli/augustus : Pleegzorg-Onderweg vzw

    juni : Mucoviscidose

    mei : Het Nationaal Project 'Acute pijn bij kinderen'

    april : Animaties Cliniques Universitaires St-Luc

    maart : Liaisonverpleegkundigen

    februari : Conectar vzw

    januari : Cliniclowns

    Focus 2009

    december : Ministers van Gezondheid

    november : Militair Hospitaal

    Vacatures

    Hospinews 2012

    Hospinews 47 - mei 2012

    Hospinews 46 - april 2012

    Hospinews 45 - maart 2012

    Hospinews 44 - februari 2012

    Hospinews 43 - januari 2012

    Hospinews 2011

    Hospinews 42 - december 2011

    Hospinews 41 - oktober 2011

    Hospinews 40 - september 2011

    Hospinews 39 - juli, augustus 2011

    Hospinews 38 - juni 2011

    Hospinews 37 - mei 2011

  • Dankwoord
  • Handvesten en verklaringen
  • Het ontstaan van Hospichild

Contact

Emmanuelle Vanbesien - evanbesien@hospichild.be


T: 02/639 60 29
F: 02/512 25 44

Louizalaan 183 Avenue Louise - Brussel 1050 Bruxelles 

Laatste bijdragen

  • Working with anxiety. From Symptom to Self - Antwerpen 08/07
  • Workshop – Thuis is het altijd ‘ADHD 05/06
  • Communicatie met de palliatieve zorgvrager en zijn familie 04/06

Deelnemen aan Hospichild

  • Facebook
  • Twitter
  • Meld een fout
  • Submit information
  • Geef online uw mening!
  • Subscribe to our RSS Feed
jfie8EKFI385kfnei3

contact | evanbesien@hospichild.be | een project van CMDC-CDCS vzw | website door Piezoworks | Marc Lumer Design
Een initiatief van de ministers van Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) van Brussel-Hoofdstad

piezoworks