![]()
Focus februari 2011 : Ontmoeting met Laurent Mathieu, kunstleraar in de Robert Dubois School van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola
Kindertekeningen vertellen wat zorgverleners beleven
In een aanpalend gebouw van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola is de Robert Dubois School ondergebracht. In het midden doet een grote rotonde dienst als forum, een binnenkoer waar alle klassen omheen liggen. Aan de ingang lopen lachende kinderen af en aan langs de statige piano. De ziekenhuisschool is het vervolg van een geschiedenis, onderbroken door ziekte en ziekenhuisopname. Het is een blik op de toekomst, het kind neemt zijn eigen lot in handen: leren op te groeien en zijn plaats op te eisen in de maatschappij. De ouders volgen de belevenissen van hun kinderen in het ziekenhuis nauwlettend op. Het werk van een onderwijzer in het type 5 is bijzonder en afgestemd op elk kind dat naar de klas komt.
Vorig jaar zette Hospichild het druk bijgewoonde Symposium « Drijfveer en ervaring van de zorgverlener » op het getouw. De dag ging van start met de vertoning van kindertekeningen uit de Universitaire Ziekenhuizen Sint-Luc en het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, begeleid op de piano door Antoine Lafontaine.
Wij hadden een ontmoeting met Laurent Mathieu, één van de drijvende krachten achter het project in het UKZKF en vroegen naar zijn indrukken, enkele maanden na het maken van de tekeningen.
U stemde toe om samen te werken met Hospichild aan het project « Kindertekeningen » naar aanleiding van het symposium Drijfveer en ervaring van de zorgverlener dat plaatsvond in oktober 2010.
Hoe blikt u vandaag terug op die samenwerking?
Laurent Mathieu: In het begin leek het mij moeilijk om aan de kinderen te vragen zich in te leven in de zorgverleners. Vooral omdat de kinderen die we vorig schooljaar bij ons hadden heel jong waren. Ik had naar hen geluisterd tijdens een les filosofie en het leek mij geen makkelijke opdracht.
Uiteindelijk voerden we een gesprek met de onderwijzers en de leerlingen over het onderwerp. Toen stelde ik vast dat de kinderen zich veel beter bewust zijn van de gevoelens van volwassenen, dan ik dacht.
Hoe ging u tewerk?
L.M.: In overleg met de onderwijzers besloten we om van start te gaan met een debat met de kinderen, in de vorm van een spel met vragen en antwoorden. Mijn collega’s stelden de juiste vragen: « Als jij een arts was, wat zou jij dan denken over het verzorgen van een kind zoals jezelf? », enz. Het debat duurde een half uur, wat voor kinderen van die leeftijd toch wel vrij lang is!
Ik noteerde alle antwoorden. De kinderen hadden heel precieze beelden voor ogen, ze waren zeer reactief. IK was verbaasd over de mate waarin het onderwerp hen aansprak.
Wat waren de volgende stappen?
L.M.: Toen we begonnen met tekenen, haalden we nog eens alle ideeën aan. Elk kind had een welomlijnd idee. We konden dus snel aan de slag.
Na het debat met de onderwijzers begonnen we meteen met tekenen. Ik gaf ieder kind een A4 blad en vroeg hen om een tekening te maken in zwart-wit over wat er zoal aan bod kwam tijdens het debat. Ik had het ook nog eens over de lessen filosofie op maandag. Daarna komen de kinderen altijd tekenen in mijn klas. De vraag van Hospichild kwam vrij laat in het schooljaar, dus de kinderen waren reeds goed vertrouwd met deze manier van werken. Dat heeft zeker bijgedragen tot het welslagen van het project.
Wanneer de tekeningen klaar waren, vergrootte ik ze met de fotokopieermachine tot A3 formaat. Toen leerde ik hen werken met carbonpapier. Dit staken we onder de vergroting, zodat de kinderen de lijnen van hun uiteindelijke tekening konden overtekenen op een mooi blad.
Hospichild gaf heel precieze richtlijnen mee dat we de kinderen niet mochten beperken: « dat is mooi, dat minder, te klein, te groot, niet genoeg in het midden, niet kleurrijk genoeg, niet dit of dat… »
Ik zette dus een grote doos met kleurtjes in het midden van de tafel en zei de kinderen dat ze hun zin mochten doen, zonder al te veel begeleiding.
Het inkleuren was dus de derde stap. Alles samen wijdden we driemaal twee lesuren aan het project.
Achteraf heb ik het gevoel dat de kinderen zich echt konden uitleven, zowel met het thema als met de vrijheid bij het inkleuren.
Een meisje gebruikte bijvoorbeeld veel rood en dat liet ik gebeuren.
De jongen die een arts afbeeldde met een zaag en hakbijl beleefde dolle pret en genoot met volle teugen van de totale vrijheid!
Wat levert een dergelijke taak op?
L.M.: Ik kan niet voor hen spreken, maar voor mij was dit een gelegenheid om vast te stellen hoe matuur sommige kinderen wel zijn. Het kan best dat dit te maken heeft met hun ziekenhuisopname. Ook los van dit project horen we hen in onze klaslokalen vaak heel geleerde woorden uitspreken, namen, geneesmiddelen, medische vaktermen... Ze praten over de mogelijke nasleep van een operatie, weten alles over het verloop van een ziekte. Ze kunnen heel complexe zaken zoals diabetes uitleggen aan andere kinderen.
Zo te horen zouden we hen kunnen aanspreken om mee te werken aan een brochure over gezondheid ter attentie aan andere kinderen?
L.M.: Ik werk hier nu acht jaar en eerlijk gezegd, ik blijf mij verbazen over het gemak waarmee kinderen ingewikkelde zaken heel eenvoudig en concreet kunnen uitleggen.
Ze praten met andere kinderen over alle aspecten van ziekte en ziekenhuisopname, zonder franjes of dramatiseren, en met de juiste woorden. Kinderen die ervaring hebben met ziekte en ziekenhuisopname zouden perfect kunnen meewerken aan communicatie door volwassenen.
Hoe ontwikkelt u de verbeeldingskracht van kinderen?
L.M.: Dat verschilt naargelang de leeftijd. Voor de kinderen uit de lagere school werken we samen met de onderwijzer en rond een opgegeven thema. Deze week was dat bijvoorbeeld de tanden. Op donderdag werken we verder rond dit thema en met verschillende technieken: perspectief, kleurpotloden, waterverf…
Waarin verschilt het werk in het type 5 met het normale schoolleven?
L.M.: Behalve mijn stages werkte in altijd in de ziekenhuisschool. Maar het verschil zit ‘m in het dichte contact met de kinderen. Hier staat de onderwijzer niet vooraan de klas, achter een bureau en op een verhoog. We zitten samen met de kinderen aan een tafel. En dat geldt voor alle kinderen, uit de lagere school, het middelbaar en de kleuterklas.
Hoe verlopen de contacten met de medische diensten?
L.M.: Doorgaans goed. Vanaf dit jaar werk ik op de diensten revalidatie en oncologie. Ik voel me daar altijd welkom. De ouders hebben een brede glimlach op het gezicht wanneer ze me zien. In een kamer ligt een meisje dat haar bed niet uit kan. Haar moeder is heel blij dat ik tot bij haar kom om samen te tekenen.
En de contacten met de ouders?
L.M.: Sommige ouders willen dat ik hun kind laat tekenen, maar ik wil ze niet dwingen. Het moet spontaan gebeuren.
Ik herinner mij een kind dat zei dat het niet kon tekenen. Hij wou niet naar mijn lessen komen. Ik begon met tekenen en al snel tekende hij verder. Zo maakten we om beurten de tekening verder af. Uiteindelijk wou hij niet meer ophouden. Dat was een schitterende ervaring.
De ouders zijn blij als hun kind graag tekent. Soms betekent een ziekenhuisopname het begin van een passie voor tekenen.
Bedankt voor dit gesprek en voor de schitterende tekeningen voor het symposium. Nog veel succes!
Interview door Emmanuelle Vanbesien, coördinatrice Hospichild
Financiële en sociale aspecten
Europa ziekenhuizen St-Elisabeth
Kinderziekenhuis Koningin Fabiola
Militair Hospitaal Koningin Astrid
Agenda, initiatieven, interviews
december : vereniging cancer & psychologie
oktober : interview palliatieve zorg
september : Stichting tegen Kanker: patiënten voorlichten, begeleiden en ondersteunen
juli-augustus : prof.dr.Yvan Vandenplas (UZ Brussel)
juni : Hendrik Van den Bussche, stafmedewerker van de Integrale Jeugdhulp regio Brussel
Emmanuelle Vanbesien - evanbesien@hospichild.be
T: 02/639 60 29
F: 02/512 25 44
Louizalaan 183 Avenue Louise - Brussel 1050 Bruxelles
contact | evanbesien@hospichild.be | een project van CMDC-CDCS vzw | website door Piezoworks | ![]()
Een initiatief van de ministers van Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) van Brussel-Hoofdstad